
DEN HAAG – De FNLI vindt dat het voorstel om de etiketteringsverordening te wijzigen onnodig verwarring zaait. ‘Brussel kan beter eerst nadenken wat zij de consument écht wil vertellen.’
Dat zegt FNLI-directeur Philip den Ouden tegen evmi.nl.
De koepel van Nederlandse levensmiddelenfabrikanten is in elk geval blij dat wordt uitgegaan van de dagelijkse voedingsrichtlijn als norm en dat de voedingswaardedeclaratie verplicht wordt.
Lettergrootte
Ook is Den Ouden verheugd dat niet wordt in gegaan op een eerder voorstel dat de voedingsstoffen in letters van minimaal 3 millimeter vermeld moeten worden. Bovendien is het stoplichtsysteem van de baan.
Transvet
Minder te spreken is Den Ouden over het voorstel om bij de voedingswaardedeclaratie uit te gaan van de ‘grote 10′ in plaats van de ‘grote 8′. ‘Dat betekent dat transvet moet worden opgenomen, wat wij onnodig vinden. Maar bovendien moet een onderscheid worden gemaakt in natuurlijk en in toegevoegd transvet. Daarmee zaai je verwarring.’
Zout
Verder noemt hij het opmerkelijk dat gekozen wordt voor de benaming ‘zout’. Daardoor kunnen fabrikanten kalium niet apart vermelden, terwijl dat gezonder is dan natrium en juist gestimuleerd zou moeten worden.
Dat vijf ingrediënten op de voorkant van de verpakking vermeld dienen te worden, moet volgens hem geen verplichting, maar eerder de keuze van de fabrikant zelf zijn. ‘We zijn wel voor het vermelden van energie op de verpakking.’
Portiegrootte
Hij noemt het verder onlogisch dat bij de voedingswaardedeclaratie uitgegaan moet worden van 100 gram of 100 milliliter. ‘Wij pleiten voor het relateren aan de portiegrootte, omdat de consument dat veel beter begrijpt.’
Land van herkomst
Het voorstel om bij sommige producten het land van herkomst te melden, vindt Den Ouden ook een complicerende factor. ‘Bij vlees is het niet al te ingewikkeld, maar wat doe je met verwerkte producten? Áls het al te doen is, wat schiet de consument er mee op dat hij weet dat delen van een hamburger uit Duitsland en delen uit Frankrijk komen?’
Geen eenduidigheid
Laatste element waar de FNLI tegen ageert is dat het een verordening is waar de lidstaten nog een eigen invulling aan kunnen geven. ‘Zo komt er in Europa nog geen eenduidigheid. Brussel kan, voordat een voorstel wordt ingediend, beter eerst nadenken wat zij de consument écht wil vertellen’, aldus Den Ouden.
Lees ook:
Extra verplichte info op verpakking (17 maart 2010)