14 procent pluimveeslachters besmet met MRSA

29 november 2012

DEN HAAG - Zo'n 14 procent van de slachters van pluimveevlees draagt de veegerelateerde MRSA-bacterie met zich mee.

Dat blijkt uit onderzoek in opdracht van bureau Risicobeoordeling & onderzoeksprogrammering (BuRO) van de NVWA. BuRO heeft een advies uitgebracht aan de minister van VWA en de staatssecretaris van Economische Zaken.

Ziekenhuisopname

Het gezondheidsrisico door een besmetting met meticilline-resistente Staphylococcus aureus is voor gezonde mensen gering. Voor mensen in ziekenhuizen is dit echter een groter risico omdat zij vatbaarder zijn voor een infectie. Een infectie met MRSA is moeilijk te behandelen omdat de bacterie ongevoelig is voor penicillines en veel andere antibiotica.

Mensen die in contact komen met levende varkens en vleeskalveren worden bij opname in het ziekenhuis extra in de gaten gehouden in verband met MRSA. In het advies staat dat overwogen moet worden mensen die in contact staan met vleeskuikens  in dezelfde risicocategorie onder te brengen.

Gasverdoving

Volgens BuRO zijn extra maatregelen nodig om de beroepsgroepen die in contact komen met levende vleeskuikens, beter te beschermen. In slachterijen met gasverdoving is de kans op een MRSA-besmetting bijna 4 keer kleiner dan in slachterijen met elektrische verdoving via een ‘waterbad’. Bij gasverdoving bewegen de dieren namelijk minder. Er komen dan minder stofdeeltjes vrij in de lucht, waardoor de kans op besmetting met de bacterie kleiner is.

Omdat er bovendien ook minder ongerief is voor de dieren, pleit BuRO ervoor om over te schakelen op een slachtmethode waarbij de dieren zo min mogelijk bewegen.

Masker

BuRO adviseert werknemers die extra worden blootgesteld aan MRSA bovendien een masker te dragen voor een betere bescherming tegen stofdeeltjes.