Voor de voedingsmiddelenindustrie ligt hier een belangrijke sleutel. Verwerkers, retailers, foodservicebedrijven en andere afnemers bepalen mede of regeneratieve landbouw kan doorgroeien van losse pilots naar schaalbare praktijk. Niet door alleen duurzame ambities uit te spreken, maar door samen met boeren en producentenorganisaties te bouwen aan ketens waarin volumes, kwaliteit, verwerking, prijs en risico’s voor meerdere jaren worden gedeeld.
Daarbij gaat het niet alleen om duurzaamheidsdoelen, maar ook om de toekomstbestendigheid van de eigen grondstoffenvoorziening. Een landbouwsysteem dat minder afhankelijk is van externe inputs zoals kunstmest, gewasbescherming en andere schaarser of duurder wordende middelen, maakt ketens op termijn veerkrachtiger. Juist daarom vraagt de transitie naar regeneratieve landbouw om meer dan goede intenties. Er zijn binnen bedrijven mensen nodig die de verbinding kunnen leggen tussen inkoop, duurzaamheid, productontwikkeling en ketenpartners: change agents die de ruimte krijgen om mee te bouwen aan nieuwe vormen van samenwerking.
Van ambitie naar afzetzekerheid
Veel boeren zijn bereid stappen te zetten richting een duurzamer en veerkrachtiger landbouwsysteem. Regeneratieve landbouw biedt daarvoor een aantrekkelijk perspectief: een landbouwpraktijk die werkt aan herstel van bodemleven, meer biodiversiteit, beter waterbeheer en minder afhankelijkheid van externe inputs zoals kunstmest en gewasbescherming.
Tegelijkertijd vraagt deze omslag om tijd, kennis en investeringen. Een ruimere gewasrotatie, de introductie van nieuwe teelten, aangepaste machines, andere bodempraktijken of samenwerking rond opslag en verwerking zijn niet van het ene op het andere seizoen geregeld. Voor boeren is de vraag daarom niet alleen of regeneratieve landbouw ecologisch wenselijk is, maar ook of het economisch haalbaar is.
Daar wringt het in de praktijk vaak. De markt werkt nog te veel met korte contracten, prijsdruk en onzekerheid over afzet. Daardoor blijven duurzame of regeneratieve initiatieven geregeld steken in kleinschalige pilots. Boeren nemen het grootste deel van het risico, terwijl de meerwaarde in de keten niet altijd structureel wordt beloond.
Langjarige ketendeals kunnen dat doorbreken. Wanneer afnemers, verwerkers en boeren meerjarige afspraken maken over volumes, kwaliteit, prijs en ontwikkeling, ontstaat er ruimte om stap voor stap te investeren in een andere bedrijfsvoering. Niet alleen het eindproduct staat dan centraal, maar ook het transitiepad ernaartoe.
Regeneratieve landbouw vraagt om ketenverantwoordelijkheid
Regeneratieve landbouw wordt soms vooral gezien als een opgave op het boerenerf. Maar wie naar de economische realiteit kijkt, ziet dat de keten minstens zo belangrijk is. Een boer kan alleen anders gaan telen als er ook een markt is voor de gewassen die in een regeneratief bouwplan passen. En een verwerker kan alleen regeneratief geteelde grondstoffen gebruiken als volumes, kwaliteit en leveringszekerheid voldoende zijn georganiseerd.
Dat vraagt om een andere manier van samenwerken. Niet transactioneel, gericht op de laagste prijs per seizoen, maar relationeel en langjarig.
In zulke samenwerkingen maken ketenpartijen afspraken over bijvoorbeeld ingroeimodellen, gedeelde investeringen in kennis en infrastructuur, en verdeling van risico’s. Ook kan worden afgesproken hoe ecologische prestaties, zoals bodemverbetering of biodiversiteitswinst, worden meegewogen in de prijs.
Voor voedingsmiddelenbedrijven betekent dit dat duurzaam inkopen meer wordt dan een certificaat of claim op de verpakking. Het wordt een strategisch ketenvraagstuk. Wie toekomstbestendige grondstoffen wil, zal ook moeten bijdragen aan toekomstbestendige teelt- en verdienmodellen.
Dat vraagt binnen voedingsmiddelenbedrijven om leiderschap. Niet alleen aan de top, maar juist ook bij de mensen die dagelijks werken aan sourcing, duurzaamheid, innovatie en ketensamenwerking. Inkopers en sustainability managers spelen hierin een cruciale rol. Zij kunnen de brug slaan tussen strategische duurzaamheidsambities en de praktische werkelijkheid van contracten, volumes, specificaties, prijsvorming en risicoverdeling.
Zulke change agents zijn nodig om regeneratieve landbouw uit de sfeer van losse pilots te halen. Zij kunnen intern de juiste collega’s aanhaken, ruimte creëren voor langere termijn afspraken en externe partners helpen om samen een haalbaar transitiepad te ontwikkelen. Zonder zulke trekkers binnen bedrijven blijft regeneratieve landbouw vaak een inspirerend verhaal. Met hen kan het een concreet ketenprogramma worden.
Samenwerken aan schaalbare regeneratieve ketens
Foodvalley werkt aan de voedseltransitie door partijen uit de hele keten met elkaar te verbinden. Als onafhankelijk innovatieplatform brengen we boeren, producentenorganisaties, verwerkers, foodbedrijven, retailers, kennisinstellingen, financiers en overheden samen rond concrete transitieopgaven.
Op het gebied van regeneratieve landbouw en plantaardige eiwitten helpt Foodvalley
bij het ontwikkelen van ketensamenwerkingen die economisch én ecologisch waarde creëren. Denk aan het verbinden van nieuwe teelten aan marktvraag, het opzetten van langjarige ketendeals, het versterken van producentenorganisaties en het
vertalen van duurzaamheidsambities naar praktische samenwerking in de keten.
Voor inkopers, sustainability managers en andere change agents binnen
voedingsmiddelenbedrijven biedt de Regenerative Agriculture Community een
plek om kennis, praktijkvoorbeelden en potentiële ketenpartners te vinden. De
community richt zich op bedrijven en organisaties die willen werken aan
toekomstbestendige sourcing, minder afhankelijkheid van externe inputs, eerlijke
waardeketens en schaalbare innovaties in regeneratieve landbouw.
Plantaardige eiwitten als concrete koppelkans
Een belangrijke kans ligt in de koppeling tussen regeneratieve landbouw en de eiwittransitie. Die twee opgaven worden in de praktijk nog vaak los van elkaar georganiseerd. Aan de ene kant zijn er initiatieven rond meer plantaardige consumptie en nieuwe eiwitrijke ingrediënten. Aan de andere kant zijn er trajecten rond bodem, biodiversiteit en regeneratieve landbouw. Juist de verbinding tussen die twee kan waardevol zijn.
Met name vlinderbloemige gewassen, zoals veldbonen, erwten, lupine en soja, kunnen een rol spelen in regeneratieve bouwplannen. Ze leveren eiwitrijke grondstoffen voor humane voeding en kunnen tegelijk bijdragen aan stikstofbinding, bodemvruchtbaarheid en diversere rotaties. Daarmee bieden ze zowel ecologische als economische aanknopingspunten.
Maar ook hier geldt: een gewas is pas kansrijk als de keten klopt. Boeren moeten weten dat er vraag is. Verwerkers moeten weten welke volumes en kwaliteiten beschikbaar komen. Productontwikkelaars moeten weten hoe de grondstoffen toepasbaar zijn in consumentenproducten. En afnemers moeten bereid zijn om de meerwaarde van lokale of regeneratief geteelde eiwitgewassen te vertalen naar structurele vraag. In verschillende ketentrajecten rond regeneratieve landbouw en plantaardige eiwitten wordt zichtbaar dat de omslag kansrijker wordt wanneer marktpartijen eerder en langduriger betrokken zijn.
Foodvalley werkt bijvoorbeeld in programma’s en communities rond regeneratieve landbouw en plantaardige eiwitten aan het verbinden van boeren, producentenorganisaties, verwerkers, retailers, foodservice en kennispartners. De kern daarvan is niet alleen kennis delen, maar vooral het ontwikkelen van ketens waarin nieuwe teelten daadwerkelijk een plek krijgen in verwerking, productontwikkeling en marktintroductie.
Een gewas is pas kansrijk als de keten klopt
Dat deze koppeling ook bestuurlijke en marktgerichte aandacht krijgt, bleek recent tijdens een bedrijfsbezoek over de eiwittransitie aan De Nieuwe Melkboer in Enschede. Foodvalley ging daar, samen met boeren Tom en Bart Grobben, Rabobank en Jumbo, in gesprek met Jaimi van Essen, minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur. De Nieuwe Melkboer is deelnemer aan Foodvalley’s Plant Protein Forward-initiatief en werkt aan plantaardige zuivelalternatieven op basis van lokaal geteelde eiwitgewassen. Het gesprek onderstreepte dat nieuwe eiwitketens alleen kunnen groeien wanneer teelt, verwerking, financiering, retail en afzetzekerheid in samenhang worden georganiseerd.
Producentenorganisaties als ontbrekende schakel
Een ander belangrijk element is de positie van boeren in de keten. Individuele boeren hebben vaak beperkte onderhandelingsmacht, zeker bij nieuwe of nog kleinschalige teelten. Voor een verwerker of retailer is het bovendien lastig om met veel afzonderlijke bedrijven afspraken te maken over volume, kwaliteit, planning, opslag en logistiek. Producentenorganisaties, coöperaties en andere vormen van boerensamenwerking kunnen daarom een sleutelrol spelen.
Door volumes te bundelen, kwaliteitseisen af te stemmen en gezamenlijk te onderhandelen, ontstaat een sterkere positie richting afnemers. Ook kunnen zulke organisaties een rol spelen in primaire verwerking, opslag en logistiek. Dat is essentieel om nieuwe of groeiende gewasteelten daadwerkelijk marktrijp te maken.
Voor ketenpartijen biedt dit eveneens voordelen. In plaats van losse afspraken met individuele boeren ontstaat er één georganiseerde gesprekspartner die kan meedenken over teeltplanning, volumes, kwaliteitsborging en opschaling. Daarmee wordt de stap van pilot naar commerciële toepassing kleiner.
Ook in relatie tot eerlijke prijsvorming zijn producentenorganisaties belangrijk.Wanneer boeren gezamenlijk optreden, wordt het makkelijker om afspraken te maken die niet alleen zijn gebaseerd op kostprijs en marktprijs, maar ook op bredere waardecreatie. Denk aan bijdragen aan bodemkwaliteit, biodiversiteit, landschap, waterbeheer en regionale eiwitproductie. Daarmee komt het principe van true value dichterbij de praktijk.
Van losse pilots naar schaalbare ketens
De afgelopen jaren zijn er veel initiatieven ontstaan rond duurzame en regeneratieve landbouw. Die pioniersfase is belangrijk geweest, maar de volgende stap vraagt om meer structuur. Losse pilots kunnen inspireren, maar veranderen het systeem niet vanzelf. Daarvoor zijn ketens nodig die zó zijn ingericht dat boeren, verwerkers en afnemers langdurig met elkaar kunnen bouwen.
Dat betekent dat de voedingsmiddelenindustrie eerder in het proces aan tafel moet zitten. Niet pas wanneer een product klaar is voor verkoop, maar al bij de vraag welke teelten kansrijk zijn, welke specificaties nodig zijn, welke verwerking ontbreekt en welke volumes realistisch kunnen worden opgebouwd. Ook vraagt het om de bereidheid om transitie niet alleen als duurzaamheidsdoel te zien, maar als gezamenlijke investering.
Juist in Nederland liggen hiervoor kansen. De agrofoodsector is sterk georganiseerd, de kennisbasis is groot en de afstand tussen boeren, verwerkers, retailers en kennispartijen is relatief klein. Tegelijkertijd is de druk op het landbouwsysteem hoog.
Bodem, water, klimaat, stikstof, biodiversiteit en economische continuïteit komen steeds nadrukkelijker samen. Regeneratieve landbouw kan daarin een richting geven, maar alleen als de economische voorwaarden kloppen. Een toekomstbestendig landbouwsysteem ontstaat niet door boeren alleen te vragen om anders te produceren. Het vraagt om ketenpartners die bereid zijn anders in te kopen, anders te investeren en anders waarde te verdelen.
De voedingsmiddelenindustrie aan zet
Voor foodbedrijven ligt hier een strategische rol. Wie inzet op plantaardige eiwitten, lokale grondstoffen, lagere milieu-impact of robuustere toeleveringsketens, komt vroeg of laat uit bij de manier waarop grondstoffen worden geteeld en georganiseerd. Regeneratieve landbouw is daarmee niet alleen een agrarisch thema, maar ook een innovatie-, inkoop- en ketenthema voor de voedingsmiddelenindustrie.
Voor inkopers en sustainability managers betekent dit dat de vraag verder gaat dan: waar koop ik een duurzamer ingrediënt in? De echte vraag is: hoe bouw ik mee aan een keten waarin boeren kunnen investeren in een andere manier van produceren, waarin risico’s eerlijker worden verdeeld en waarin mijn bedrijf op termijn toegang houdt tot gezonde, toekomstbestendige grondstoffen?
Langjarige ketendeals kunnen de brug slaan tussen duurzaamheidsambitie en economische realiteit. Ze geven boeren perspectief, bieden afnemers meer grip op toekomstige grondstofstromen en maken het mogelijk om ecologische prestaties onderdeel te maken van waardecreatie. In combinatie met sterke producentenorganisaties en concrete marktvraag naar bijvoorbeeld plantaardige eiwitgewassen ontstaat een fundament waarop regeneratieve landbouw kan doorgroeien.
De stap naar een duurzamer voedselsysteem vraagt daarom niet om nóg meer losse projecten, maar om structurele samenwerking. Van boer tot verwerker, van producentenorganisatie tot retailer en van kennispartij tot overheid: alleen wanneer de keten als geheel verantwoordelijkheid neemt, kan regeneratieve landbouw uitgroeien tot een schaalbare praktijk.
Actief meebouwen
Zonder markt geen transitie. Maar mét langjarige afspraken, eerlijke waardecreatie en georganiseerde samenwerking kan regeneratieve landbouw uitgroeien tot een realistisch perspectief voor boeren én voor de voedingsmiddelenindustrie.
Daarvoor zijn bedrijven nodig die niet afwachten tot regeneratieve grondstoffen vanzelf beschikbaar komen, maar actief meebouwen aan de ketens waarin die beschikbaarheid kan ontstaan. Foodvalley nodigt daarom juist inkopers, sustainability managers en andere change agents binnen voedingsmiddelenbedrijven uit om aan te sluiten bij de Regenerative Agriculture Community. Niet alleen om kennis op te doen, maar vooral om samen met boeren, producentenorganisaties, verwerkers, retailers en kennispartners te werken aan schaalbare ketens voor regeneratieve landbouw.
Interesse in samenwerking of deelname aan de Regenerative Agriculture Community?
Kijk op foodvalley.nl of neem contact op met Foodvalley.