Recensie: Food Intelligence

16 september 2026 Huib Stam

“Voedingskundig onderzoek is geen ‘rocket science’, het is moeilijker.” Dat zegt de Amerikaanse voedingsonderzoeker Kevin Hall in het boek ‘Food Intelligence’ dat hij samen met journalist Julia Belluz schreef. Kort samengevat betogen zij dat we na ruim een eeuw onderzoek in het brede vakgebied van voeding nog altijd maar bitter weinig weten van wat voeding nou echt in ons lichaam doet. Hun betoog is even grondig onderbouwd als ontluisterend.

Het is een ideale samenwerking: een goed ingevoerde journalist, tevens levenslange ervaringsdeskundige, en een wetenschapper die een sterstatus heeft gekregen met zijn gedegen onderzoek. Ze combineren de twee kanten van het fel gevoerde debat over voeding en gezondheid. Hall wordt geroemd om zijn humane voedingsstudies, streng gecontroleerde en gerandomiseerde interventies. Daaruit kwam onder meer dat mensen ongemerkt meer calorieën binnenkrijgen als ze energiedichte en extra smakelijke voedingsmiddelen nuttigen, in het bijzonder ultra processed foods (UPF).

De ondertitel van het boek geeft een indicatie van het bereik van hun gezamenlijke werk. Belluz en Hall gaan stap voor stap de hoogtepunten van het onderzoek af, van de ontdekking van de macronutriënten, via de vitamines en mineralen, tot het nieuwste onderzoek naar de ‘zwarte materie’ van voeding, minuscule hoeveelheden van bepaalde stoffen die mogelijk ook iets doen. 

Stevige conclusies: het metabolisme is nog maar voor een klein deel ontrafeld en er is maar heel weinig deugdelijk bewijs voor de hypotheses, aannames en associaties van alle soorten voedingskundig onderzoek. Toch stellen de auteurs dat al die ontdekkingen niettemin belangrijk zijn geweest en hebben geleid tot meer kennis, betere voeding en grotere voedselzekerheid. Belluz en Hall serveren alle reductionistische theorieën beleefd af en wijzen de echte grote boosdoener aan: de ‘toxic’ voedselomgeving. “Voedsel ontleden en de chemicaliën analyseren haalt het uit de context, niet alleen die van de oorspronkelijke structuur, maar ook uit de sociale, omgevings- en gezondheidscontext.” Het zogenaamde ‘herformuleren’ van slechte UPF naar gezonde UPF “is bij benadering niet voldoende om ziekte te voorkomen”.

De auteurs sluiten zich aan bij de roep om grote veranderingen in het totale voedselsysteem. De voedingswetenschappen moeten alle middelen en ruimte krijgen zich te blijven ontwikkelen. Dat moet de basis leveren voor ‘public health’-beleid, en dat moet gewaarborgd worden. “We hebben de politieke wil nodig om in actie te komen.”

Prijs: €27,93 | ISBN: 9780593332306

Deze recensie behoort tot EVMI 5 2026. 

Lees ook de recensie uit de vorige editie: Grenzen aan de gulzigheid