ABN AMRO doet een licht positieve voorspelling voor de de voedingsindustrie 2026 en 2027. De huidige groei houdt naar verwachting aan met respectievelijk 0,5 en 1 procent. Dat concludeert ABN AMRO in het rapport Sectorprognose Food dat onderliggende trends in de sector en specifieke subsectoren duidt.
Lichte groei
De voedingsindustrie beslaat anno 2025 bijna een kwart van de totale Nederlandse industriële productiewaarde. De Nederlandse economie groeit met 1,7 procent in 2025.
De mondiale economie wordt gekenmerkt door volatiliteit in leveringsketens en onzekerheid door onder meer geopolitieke spanningen. Wel vermindert de in juli 2025 afgesloten handelsovereenkomst tussen de VS en de EU de onzekerheid voor exporterende bedrijven en toeleveringsketens. Daarnaast is er nog geen nieuw kabinet. Ondanks deze onzekerheden blijkt de Nederlandse economie in 2025 veerkrachtig te zijn.
Koopkracht en inflatie
En volgens prognoses van het Centraal Planbureau (CPB) neemt de koopkracht van huishoudens ook in 2026 toe, wat op zich gunstig is voor de afzet van voedingsmiddelen.
Consumenten blijven desondanks op twee gedachten hinken: enerzijds vinden ze voedsel erg duur geworden, anderzijds willen ze onbezorgd genieten van lekker eten. Naar verwachting daalt de algemene inflatie naar 2,4 procent en neemt de koopkracht van consumenten ook in 2026 toe. Hierdoor ontwikkelt het volume aan verkopen van voedingsmiddelen in het supermarkt- en buitenshuiskanaal ook komend jaar licht positief.
De productievolumes in de voedings- en genotmiddelenindustrie zijn dit jaar met 1,5 procent gestegen. De binnenlandse vraag naar voedingsmiddelen wordt in 2026 iets getemperd, net als de uitvoer, om in 2027 weer verder aan te trekken.
Hoewel de voedselinflatie stabiliseerde naar 3,5 procent in 2025, stegen de prijzen van rundvlees (+27 procent), koffie (+23 procent) en chocolade (+16 procent) gemeten in november ten opzichte van een jaar eerder wel fors, wat een drukkend effect op verkopen van die producten had.
Lonen stijgen
Verder zorgen structurele belemmeringen ervoor dat de economische groei van Nederland in 2026 en 2027 onder het potentieel blijft. Voorbeelden hiervan zijn netcongestie en personeelstekort, iets wat foodbedrijven direct raakt. De inflatie in Nederland normaliseert in de komende jaren, al blijft deze in 2026 en 2027 met respectievelijk 2,4 en 2,5 procent nog steeds boven de doelstelling van de Europese Centrale Bank (ECB) van 2 procent. Een belangrijke oorzaak van de hogere inflatie in Nederland is de forse loonstijging van 5 procent in 2025. ABN AMRO verwacht een stijging van de lonen van 4 procent in 2026.
A-merken onder druk
Verder blijkt dat het verschil tussen A-merken en huismerken steeds groter wordt. A-merkfabrikanten staan hierdoor onder druk. Zo kondigde Nestlé eerder dit jaar een reorganisatie aan en ook het Nederlandse Heineken snijdt in de organisatie. Vorig jaar deed Unilever dat al. Uit eerder onderzoek van ABN AMRO blijkt dat de consument ‘hybride’ en niet consistent is, en voortdurend zoekt naar balans tussen prijs, kwaliteit en gemak. Uit onderzoek van EFMI Business School blijkt ook dat het aandeel koopjesjagers onder consumenten steeds groter wordt. Deze groep is niet loyaal en bezoekt veel verschillende supermarkten in een week. Anno 2024 is de groep gegroeid naar 43 procent, ten opzichte van 35 procent in 2018. De gemaksgeneratie kiest vaker voor goedkopere alternatieven als alternatief voor fastservice en maaltijdbezorging.
Structurele knelpunten
Het ondernemersklimaat in Nederland scoort net een voldoende, met belangrijke knelpunten zoals de energie-infrastructuur, het belastingklimaat, faciliterende wetgeving en de voorspelbaarheid van overheidsbeleid, zo blijkt uit onderzoek van de Universiteit van Amsterdam (UvA). Ook sterk gestegen kosten, waaronder energiekosten en personeelskosten als gevolg van een krappe arbeidsmarkt spelen een rol.
Volgens de CBS Conjunctuurenquête (COEN) zien voedingsproducenten een stabiele winstgevendheid, maar zien nog steeds een tekort aan arbeidskrachten (27 procent) als belangrijkste belemmering voor groei. Daarnaast blijven personeelskosten hoog. Ook in 2026 wordt een stijging in de personeelskosten in de voedingsindustrie verwacht, zij het beperkter dan de stijging van 4,2 procent in 2025.
Producenten in de drankenindustrie zijn nog steeds pessimistisch: hun verwachting voor de winstgevendheid van de komende drie maanden blijft negatief. Onvoldoende vraag is nog steeds de belangrijkste belemmering voor deze producenten.
Wisselende beelden
Omdat Europa de belangrijkste afzetmarkt voor de Nederlandse voedingsindustrie is, kunnen foodbedrijven profiteren van de economische groei in Europa. Duitsland is de grootste afnemer van Nederlandse foodproducten, gevolgd door België, het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk. Deze markten laten wisselende beelden zien, met overwegend een positief effect op particuliere consumptie.
ABN AMRO verwacht de komende jaren daarom meer consolidatie in de foodsector. Foodbedrijven kiezen steeds vaker tussen schaalvergroting en kostenleiderschap enerzijds en specialisatie anderzijds. Voor veel foodbedrijven zijn schaalvergroting, automatisering en verduurzaming van groot belang, omdat zij naast gestegen personeelskosten ook de energiekosten en grondstofprijzen zagen toenemen.
Voor middelgrote bedrijven is kostenleiderschap onbereikbaar en vormt specialisatie in bijvoorbeeld een niche of productiewijze geen onderdeel van het bedrijfsmodel. Een complicerende factor is dat in veel ondernemingen gebrek aan opvolging is, wat mogelijk leidt tot discontinuïteit en daarmee het verlies van werkgelegenheid, kapitaal en kennis.
Duurzaamheid
Ondernemers worden daarnaast beperkt in de uitbreiding en verduurzaming van het productieproces vanwege gebrek aan ruimte, langdurige vergunningstrajecten en wachttijden voor aansluiting op het stroomnet. Het accent rondom duurzaamheid is verlegd naar concurrentievermogen en simplificering, maar alsnog blijven veel initiatieven van bijvoorbeeld supermarktorganisaties en wetgeving van kracht, ziet ABN AMRO.
Foodbedrijven worden nog altijd aangespoord om binnen de aanvoerketen bij te dragen aan onder meer reductie van uitstoot van schadelijke stoffen en van voedselverspilling. Ook het tegengaan van ontbossing blijft met de EU Deforestation Regulation (EUDR) op de agenda. Daarnaast blijven de hogere eisen omtrent verpakkingen en verpakkingsafval als gevolg van de Packaging and Packaging Waste Regulation (PPWR) nog steeds van kracht.


