Tegen het einde van 2026 zullen voedingsmiddelenproducenten naar verwachting steeds meer worden geconfronteerd met hogere kosten voor energie, transport, agrarische grondstoffen en verpakkingen. Deze kosten zullen zij, volgens het rapport van ABN AMRO, deels proberen door te berekenen aan afnemers. Omdat de effecten van eerdere prijsstijgingen als gevolg van de coronapandemie en de oorlog in Oekraïne nog steeds voelbaar zijn, verwacht ABN AMRO scherpe prijsonderhandelingen tussen producenten en retailers. Niet alle bedrijven zullen de stijgende kosten volledig kunnen doorberekenen, waardoor de marges onder druk komen te staan.
Tegenvallende oogsten
Daarnaast wijzen meteorologische voorspellingen op de mogelijke terugkeer van het weersfenomeen El Niño aan het einde van dit jaar. Dit gaat doorgaans gepaard met tegenvallende oogsten wereldwijd, wat de voedselprijzen verder kan opdrijven. ABN AMRO verwacht dat de voedselinflatie in de eerste helft van 2027 haar hoogtepunt bereikt.
Verschuiving naar diepvries
De hogere voedselprijzen zullen naar verwachting de koopkracht van consumenten aantasten. ABN AMRO vermoedt dat zij daardoor minder te besteden hebben en vaker kiezen voor goedkopere alternatieven. Uit supermarktdata over de eerste vier maanden van 2026 blijkt al een verschuiving van verse producten naar meer voordelige diepvriesproducten.
Bescheiden volumegroei voor gehele voedingssector
Door de druk op de koopkracht zal de afzet naar supermarkten, cateringbedrijven en horeca in de komende twee jaar naar verwachting nauwelijks groeien. Een vergelijkbare ontwikkeling ziet ABN AMRO in belangrijke exportmarkten zoals Duitsland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk. Om die reden verlaagt de bank haar verwachting voor 2027 van 1 procent volumegroei naar een stabiel niveau van 0 procent. Ook voor andere segmenten binnen de voedingssector voorziet ABN AMRO slechts een bescheiden volumegroei.
Bron: ABN AMRO