De pakjes van BOON worden in Nederland gevuld. In tegenstelling tot het bekende bedrijf HAK, dat bonen voor zijn kartonnen pakjes naar een Italiaanse fabriek moet vervoeren. Het dochterbedrijf van Jamael Food Group doet dit expres, dat meldt NRC. Directeur Jasper Bringsken zegt dat het familiebedrijf Jamael zoveel mogelijk ‘lokaal’ wil produceren. “Lokale teelt, lokale verwerking en lokale consumptie.’’

De keuze voor het lokaal produceren, verwerken en consumeren van bonen maakt Jamael niet omdat consumenten dat leuk vinden of omdat het beter is voor het klimaat of voor Nederlandse boeren. Ze doen dit ook vanwege de politieke onrust. “We zien geregeld dat landen zoals China of Turkije tijdelijk een exportverbod instellen als er voedseltekorten dreigen. Als je risico’s in je aanvoer wilt verkleinen, moet je meer lokaal produceren’’, vertelt Bringsken tegen NRC. 

Meer waardering nodig

Meer trots en waardering vanuit de Nederlandse supermarkten en consumenten voor de Nederlandse producten is volgens Bringsken wel op zijn plaats. “In Frankrijk is ‘geteeld en geproduceerd in Frankrijk’ vaak een harde eis voor producenten. Nederlandse inkopers letten vooral op prijs en de allerlaagste prijs vind je buiten de EU’’, zegt Bringsken.

Hoge kosten

Nederlandse telers zitten op dure grond, met dure arbeid en energie. Al deze factoren zorgen volgens Bringsken ervoor dat de Nederlandse bonen het nooit op prijs kunnen winnen. “We raken enerzijds contracten kwijt in Frankrijk omdat onze bonen niet in Frankrijk geteeld zijn. Tegelijkertijd verliezen we in eigen land contracten omdat afnemers kiezen voor goedkopere partijen in Spanje of Hongarije.’’

Het belang van afspraken

De verwerkers zitten vaak klem tussen telers en retailers, zegt Bringsken. Daarom is het in het belang van telers en producenten om afspraken voor de lange termijn te maken. Dit biedt Nederlandse boeren op de lange termijn zekerheid en weten zij of het in de komende jaren ook nog loont om in Nederland peulvruchten te telen en producenten leveringszekerheid hebben. Bij de supermarkten lopen de contracten vaak korter. “Dan kan het gebeuren dat er overschotten ontstaan en dat de handelsprijzen dalen. Wij willen dat risico niet afwentelen op onze telers, maar die dynamiek maakt het wel moeilijk om meer peulvruchten van Nederlandse bodem te verkopen’’, aldus Bringsken.

Bron: NRC