Onderzoekers analyseerden gegevens van meer dan 12.000 individuen, afkomstig uit verschillende Europese plaatsen en daterend tot 10.000 jaar geleden. Door koolstof- en stikstofisotopen in botten te bestuderen, achterhaalden ze wat mensen aten, meldt Eos Wetenschap. Koolstofisotopen geven inzicht in plantaardige voeding, en stikstofisotopen over dierlijke voeding.
Voedingsongelijkheid
Uit de analyse blijkt dat mannen consistent vaker in het hoogste deciel (top 10 procent) zaten qua dierlijke eiwitinname, terwijl vrouwen vaker in het laagste deciel (onderste 10 procent) werden aangetroffen. Dit wijst op een langdurig patroon waarin mannen meer dierlijke eiwitten consumeren. Deze voedingsongelijkheid nam volgens het onderzoek toe na de Bronstijd (3.500–800 v.Chr.).
Maar gaat het wel echt om vlees?
Lisette Kootker, aardwetenschapper aan de Vrije Universiteit Amsterdam en onafhankelijk van dit onderzoek, nuanceert de conclusie op Eos Wetenschap. Ze vertelt dat de studie terecht aangeeft dat dierlijke eiwitten bepalend zijn voor de hoge stikstofwaarden bij mannen, maar dat hoeft niet alleen vlees te zijn. Het kan ook gaan om zuivelproducten en eieren. Isotopenonderzoek kan vlees en zuivel niet goed onderscheiden. Kootker wijst ook op een mogelijke seksebias in de data: de meeste onderzochte skeletten zijn van mannen. Bovendien kunnen ziekte, visconsumptie en bemeste granen het stikstofniveau beïnvloeden. Een andere mogelijke verklaring is dat mannen meer fysiek zwaarder werkten en daarom meer eiwitten nodig hadden.
Moderne kijk
Ook vandaag eten mannen nog steeds meer vlees dan vrouwen blijkt uit de nationale voedselconsumptiepeiling van Sciensano (2023). Kootker noemt de studie “boeiend” en prijst de nieuwe statistische methode die is gebruikt. Eos Wetenschap schrijft dat het laat zien dat met grote hoeveelheden isotopendata biologische en sociale vragen beantwoorden kunnen worden.
Bron: Eos Wetenschap