Met de nieuwe coalitie komen hogere kosten voor productie en boodschappen

23 februari 2026 Roos Veling FNLI
NIEUWS | Nog meer druk op productiekosten en duurdere boodschappen. Dat zijn de gevolgen van de voorgenomen maatregelen van het nieuwe kabinet, blijkt uit de analyse van het coalitieakkoord door het Centraal Planbureau (CPB). Naast dat de kosten voor energie en water verder oplopen, worden een suikertaks en verpakkingsheffing overwogen. FNLI maakt zich zorgen.

De Federatie Nederlandse Levensmiddelen Industrie (FNLI) heeft uitgezocht of deze maatregelen voor een gelijk speelveld voor bedrijven kunnen zorgen waarbij de betaalbaarheid voor consumenten beschermd wordt. Hierbij wordt gelet op effectiviteit, uitvoerbaarheid en betaalbaarheid. De FNLI maakt zich zorgen maar geeft aan bereid te zijn constructief mee te denken. “Wij willen samen met het nieuwe kabinet stappen zetten die werken in de praktijk: maatregelen met onderbouwde effectiviteit en goede uitvoerbaarheid,” aldus directeur van FNLI Cees-Jan Adema.

Suiker- en plastictaks

In het coalitieakkoord is een suggestie gedaan van een suikertaks op voedingsmiddelen met een suikergehalte van minimaal zes procent. Vanaf 2030 zal dit voor netto 850 miljoen euro zorgen. Dit is door de  CPB een-op-een doorgerekend als lastenverzwaring voor bedrijven. Tel hier de btw-doorverwerking en de uitvoeringskosten bij op en je komt op een lastenverzwaring van ongeveer 1 miljard euro uit, bleek uit een berekening van RaboResearch. Voor niet-alcoholische dranken zullen lasten zich opstapelen tot minimaal 1,5 miljard euro als de suikertaks wordt ingevoerd naast de reeds bestaande verbruiksbelasting (nu circa 700 miljoen euro per jaar). Dit levert geen extra aantoonbare gezondheidswinst op, terwijl het wel de concurrentiepositie voor Nederlandse producenten onderdrukt. 

Ook een zogenaamde circulaire plasticheffing ligt op tafel. Een mogelijkheid daarin is een extra heffing op verpakkingen. Er is nog geen specifiek tarief bekend, maar verkenningen laten zien dat dit kan neerkomen op 4 tot 5 eurocent per consumentenverpakking. Omdat verpakkingen al worden belast onder het mom van uitgebreide producentenverantwoordelijkheid, is zo’n heffing ondoelmatig. Daarnaast verhoogt het de prijzen voor consumenten en wordt het gelijke speelveld voor producenten en supermarkten belemmerd, met nadruk in de grensregio’s.

Gezondheidsdoel vs financieel doel 

Omdat de suikertaks de prijsdruk op boodschappen en de koopkracht van huishoudens onder druk zet, staat daar wel een voorwaarde tegenover: de gezondheidswinst weegt aantoonbaar op tegen de kosten voor consumenten en bedrijven. Zo zegt Cees-Jan Adema: “Voor voorstellen zoals een suikertaks geldt voor ons een duidelijke randvoorwaarde: gezondheid als doel, niet de begroting.” Om dit te kunnen verdedigen en aantonen moeten er duidelijke doelstellingen komen en de gezondheidswinst gemonitord worden. De opbrengst ervan moet geïnvesteerd worden in onder andere preventie- en leefstijlinterventies voor overgewicht. 

Opstapeling van kosten

Naast deze suiker- en plastictaks, zullen de lastenverzwaringen die er al waren, blijven voortbestaan. De afschaffing van het heffingsplafond voor de Belasting op Leidingwater per 2027 zal bijvoorbeeld voedingsmiddelenproducenten flink raken. En hoewel de belastingen voor elektriciteit dalen, zullen die voor gas stijgen terwijl fabrikanten door netcongestie niet van gas naar elektriciteit kunnen overschakelen. Daarbij komt dat de verhoging van de nettarieven zullen doorwerken in de kostenbasis, waardoor de concurrentiepositie van voedingsmiddelenproducenten ten opzichte van buurlanden verzwakt.

Bron: FNLI over suikertaks 

Andere relevantie artikelen:

 

Altijd op de hoogte blijven?