ProVeg Nederland heeft platform Eiwitstand.nl gelanceerd om bedrijven en instanties te helpen de eiwittransitie te versnellen. Het platform maakt zichtbaar welke doelen Nederlandse organisaties en instanties die voedsel aanbieden hebben gesteld, en hoe ver ze zijn in de overstap naar een meer plantaardig voedingspatroon.
Maatregelen en doelen
ProVeg heeft voor het nieuwe platform onderzoek gedaan in openbare bronnen (bedrijfswebsites, duurzaamheidsverslagen en vakmedia) en data uitgewisseld. De organisatie koos voor zes sectoren: supermarkten, catering, groothandels, restaurantketens, vrije tijd en onderwijs. Volgens ProVeg rapporteert slechts tien procent van alle organisaties en instanties over de voortgang in de overstap naar plantaardig.
Maar ruim zestig procent van de gepeilde partijen neemt wel maatregelen. Volgens ProVeg laat dit zien dat de overgang naar meer plantaardig op de agenda staat. Vrijwel alle grote supermarktketens en contractcateraars stellen eiwitdoelen. Restaurants en groothandels doen het minder goed. Twintig procent van de restaurantketens en geen enkele groothandel heeft een doel opgenomen, rapporteert ProVeg.
Ook binnen sectoren ziet de organisatie grote verschillen. In het onderwijs hebben de meeste universiteiten (71 procent) hun ambities vastgelegd in een doel, tegenover respectievelijk 28 procent van de hogescholen en vier procent van de mbo-scholen.
Doel: Zestig procent plantaardig
Met het nieuwe platform hoopt ProVeg de hele voedselomgeving te activeren om meer werk te maken van plantaardig. In Nederland is circa zestig procent van de eiwitconsumptie nog dierlijk. De Gezondheidsraad adviseert juist om te streven naar zestig procent plantaardig.
Martine van Haperen, expert Food Industry & Foodservice bij ProVeg: “Voor een blijvende verandering hebben we een voedselomgeving nodig waar plantaardig eten vanzelfsprekend is. Mensen maken dagelijks talloze keuzes over wat ze eten. Daarom is het belangrijk dat alle bedrijven die eten aanbieden of verkopen meer plantaardig en minder dierlijk als speerpunt opnemen in het beleid en concrete maatregelen nemen. Ik verwacht dat meer organisaties komend jaar inzichtelijk gaan maken hoe ze ervoor staan. Daar is de hele maatschappij bij gebaat.”


