Minder veeteelt, meer groenten, fruit en peulvruchten. De verschuiving naar gezondere voedingspatronen, in combinatie met een verbeterde productiviteit van landbouwbedrijven en een halvering van voedselverspilling, zou onder andere leiden tot een vermindering van het wereldwijde landbouwgrondgebruik met ongeveer 6 procent tegen 2050 ten opzichte van 2020. Dit concludeert een internationaal consortium van onderzoeksgroepen, gecoördineerd door een onderzoeksgroep van Cornell University in New York. Het artikel is vorige maand online gepubliceerd op de journal website van Nature.
Fundamentele hervorming
Ook verschillende Nederlandse onderzoekers en het Planbureau voor de Leefomgeving (Netherlands Environmental Assessment Agency) waren betrokken bij het onderzoek. De onderzoekers berekenen de implicaties van de veranderingen door met scenariosimulaties op basis van een ensemble van tien mondiale economische modellen.
Dit ‘transformatie’-scenario is gebaseerd op voedingspatronen die vergelijkbaar zijn met de aanbeveling van de EAT-Lancet-commissie. De verschuiving heeft volgens het scenario een domino-effect op het hele systeem. Mensen eten dan veel minder rood vlees en meer fruit, groenten, peulvruchten en noten. Doordat er minder dieren gevoerd hoeven te worden, daalt de vraag naar gewassen zoals maïs en soja. Uitgestrekte weidegronden worden overbodig.
De productie van vlees van herkauwers zou in 2050 met een derde kunnen dalen ten opzichte van 2020, en de economische waarde van deze productie zou met 70 procent kunnen afnemen. Ongeveer 400 miljoen minder vleesvee zou er dan jaarlijks geslacht hoeven worden en ook de teelt van granen en suikergewassen zou dan afnemen. De wereldwijde waarde van de veeteelt zou volgens dit scenario dalen met maar liefst 42 procent tot 630 miljard dollar.
Fruit, groenten, noten en peulvruchten gaan dan de boventoon voeren, zowel wat betreft het areaal als de economische betekenis. Tegen het midden van de eeuw zouden deze voedingsmiddelen het grootste deel van de waarde van de landbouwproductie kunnen uitmaken.
De huidige voedselsystemen zijn verantwoordelijk voor ongeveer een derde van de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen. In het transformatiescenario dalen de emissies uit de landbouw met ongeveer een derde ten opzichte van de huidige trends, grotendeels als gevolg van de afname van de veestapel, met name van methaanintensief rundvee.
Verliezen compenseren
Land dat niet langer voor landbouw wordt gebruikt, zou in theorie weer kunnen worden omgevormd tot bossen of andere natuurlijke systemen, die extra voordelen opleveren voor het klimaat en de biodiversiteit. Co-auteur Mario Herrero Acosta vertelt aan Cornell Chronicle, het nieuwsplatform van de Amerikaanse universiteit Cornell: “Verwacht wel knelpunten en mogelijke verliezen. We moeten manieren vinden om boeren en veehouders te compenseren en te stimuleren om deze enorme veranderingen door te voeren. Als we multifunctionele voedselsystemen willen, hebben we multifunctionele betalingen nodig die verder gaan dan die welke gekoppeld zijn aan de landbouwproductie.”
Economisch gezien zou de wereldwijde waarde van de landbouwproductie in 2050 met ongeveer een kwart krimpen ten opzichte van een toekomst waarin alles bij het oude blijft, wat ongeveer overeenkomt met het cijfer voor 2020. Voor sommige regio’s en sectoren zou die krimp destabiliserend kunnen zijn, voor andere zou het kansen kunnen bieden. Vooral voor grote veeteeltlanden, zoals de Verenigde Staten, Brazilië en China, en dan met name gemeenschappen die leven van veeteelt, melkveehouderij of voedergewassen zouden te maken krijgen met scherpe dalingen in productie en inkomen.
Hervorming is het waard
Maatregelen zoals suikerbelastingen, voedseletikettering en voedingsrichtlijnen zijn weliswaar belangrijk, maar spelen volgens de onderzoekers slechts een marginale rol binnen een veel groter systeem dat wordt bepaald door diepgewortelde belangen.
Het consumentengedrag maakt het weliswaar complexer. De studie gaat uit van een relatief soepele overgang naar gezondere eetgewoonten, maar in werkelijkheid hangen voedingskeuzes nauw samen met cultuur, betaalbaarheid en gewoontes. Voor veel mensen, vooral in landen met lagere inkomens, blijft gezonder eten onbereikbaar. Voor anderen is vlees of alcohol lastig op te geven.
De onderzoekers stellen echter dat de omvang van het potentiële voordeel de inspanning onvermijdelijk maakt. Matthew Gibson, die het onderzoek leidde, vertelt aan Cornell Chronicle: “Zonder gedurfde en inclusieve maatregelen zal het voedselsysteem weliswaar veranderen, maar op een manier die noch de mensen, noch de planeet ten goede komt.” Het vereist een herziening van subsidies, investeringen in nieuwe technologieën en het creëren van een sociaal vangnet voor degenen wier levensonderhoud op het spel staat, zo stelt het artikel.
Bron: Cornell Chronicle