Binnen het onderzoek van Breadcrumb naar de valorisatie van vleesproducten werkten de sectororganisaties FEBEV, FENAVIAN en AVEC samen met vleesverwerkende bedrijven om beter inzicht te krijgen in de momenten waarop waarde verloren gaat. Door wetenschappelijke analyses te combineren met praktijkgerichte casestudy's werd nagegaan welke factoren de waardecreatie in de vleesketen beïnvloeden en welke mogelijkheden er bestaan om producten en reststromen beter te benutten.
Waardeverlies is niet altijd voedselverspilling
Een belangrijke conclusie van het onderzoek is dat economisch waardeverlies niet automatisch gelijkstaat aan voedselverspilling. Producten kunnen nog perfect veilig en geschikt zijn voor menselijke consumptie, maar toch aan commerciële waarde inboeten doordat ze niet langer voldoen aan specifieke kwaliteitseisen, klantverwachtingen of marketingstandaarden.
Zo kan een product dat niet meer voldoet aan de vereisten van een premiumsegment nog steeds worden verkocht en geconsumeerd, maar dan in een marktsegment met een lagere toegevoegde waarde. Volgens de onderzoekers verdient het beperken van dergelijke economische declassering minstens evenveel aandacht als het voorkomen dat producten volledig uit de voedselketen verdwijnen.
Strenge regelgeving bepaalt de mogelijkheden
De studie wijst erop dat de vleessector opereert binnen een van de strengste regelgevende kaders van de voedingsindustrie. Voedselveiligheid, diergezondheid, dierenwelzijn en kwaliteitscontrole staan centraal in elke schakel van de keten.
Hoewel deze regels essentieel zijn voor de bescherming van consumenten en het vertrouwen in de sector, kunnen ze soms ook de mogelijkheden beperken om producten met een verminderde commerciële waarde een alternatieve bestemming te geven. Volgens de onderzoekers moeten initiatieven rond upcycling en alternatieve valorisatie daarom altijd worden afgewogen binnen het kader van volksgezondheid en diergezondheid.
Het project bracht de belangrijkste regelgevende, technische en commerciële factoren in kaart en identificeerde de kritische momenten waarop waarde verloren kan gaan. Dat moet bedrijven helpen om processen verder te optimaliseren en economische verliezen te beperken.
Casestudy onderzoekt verwerking van vleessnippers
Om praktische oplossingen te verkennen, werden binnen Breadcrumb verschillende bedrijfsgerichte casestudy's uitgevoerd. Eén daarvan richtte zich op de productie van gekookte ham. Tijdens het snijden en verpakken ontstaan vleessnippers die vaak moeilijk tegen hun maximale waarde kunnen worden afgezet.
Onderzoekers bekeken daarom of deze reststroom kon worden verwerkt tot hampoeder. De studie toonde aan dat innovatieve toepassingen nieuwe mogelijkheden kunnen creëren om grondstoffen efficiënter te benutten, zonder in te boeten aan voedselveiligheid of kwaliteit. Daarbij werd ook onderzocht in welke mate consumenten dergelijke producten aanvaarden, aangezien technische haalbaarheid alleen niet volstaat voor een succesvolle marktintroductie.
Circulariteit al ingebed in de sector
Volgens het project wordt vaak onderschat hoe circulair de vleessector vandaag al werkt. Producten en nevenstromen die niet geschikt zijn voor menselijke consumptie vinden doorgaans hun weg naar toepassingen zoals diervoeding, farmaceutische producten, cosmetica, biomaterialen en technische toepassingen.
De sector zoekt al jarenlang naar manieren om deze stromen maximaal te benutten. Dat gebeurt niet alleen vanuit economische noodzaak, maar ook vanuit het streven naar een efficiënt en verantwoord gebruik van grondstoffen. Toch blijft verwerking tot voeding voor menselijke consumptie de meest waardevolle bestemming. Daarom moet volgens de onderzoekers zoveel mogelijk worden ingezet op het behoud van dierlijke eiwitten binnen de humane voedselketen. Wanneer declassering onvermijdelijk is, moet de resterende waarde zo hoog mogelijk worden gevaloriseerd via alternatieve toepassingen.
Focus op behoud van waarde
Door duidelijk onderscheid te maken tussen voedselverspilling en economische declassering, inzicht te bieden in de oorzaken van waardeverlies en nieuwe valorisatieroutes te onderzoeken, levert het project volgens de onderzoekers een bijdrage aan een duurzamer en efficiënter voedselsysteem.
De centrale vraag is daarbij niet alleen hoeveel voedsel verloren gaat, maar vooral hoeveel waarde behouden blijft. Het maximaal valoriseren van dierlijke eiwitten binnen de humane voedselketen blijft volgens het project een cruciaal uitgangspunt voor de verdere verduurzaming van de Europese voedselproductie.
Bron: de Vilt