Tijdens de opening van het Academisch Jaar 2025 – 2026 van Wageningen University & Research, dat het thema ‘Food for health, what really works’ had, kregen bezoekers meer te horen over voedingsonderzoek (doen) binnen de WUR. Waarom kiezen voor een snelle ongezonde hap, als er zoveel gezonde alternatieven zijn? Maakt het uit hoe lang we moeten kauwen? En onderzoek doen naar voedselinname, hoe doe je dat eigenlijk?
Openingstoespraak
Sjoukje Heimovaara, voorzitter van de Raad van Bestuur, gaf de openingsspeech. “De WUR heeft een rijke geschiedenis met voedingsonderzoek. Wageningens reis op het gebied van voeding begon aan het begin van de vorige eeuw. Sindsdien zijn we uitgegroeid tot een wereldleider in menselijke voeding, gezondheid en duurzame voedselsystemen.” Ze stipte de problemen rond voeding aan, variërend van overgewicht tot ziekte tot nutriëntentekorten en ondervoeding. “Wereldwijd hebben meer dan 600 miljoen mensen tekort aan voedsel. Dit is niet omdat we niet genoeg voedsel produceren, maar komt door mismanagement en conflicten. In sommige conflicten wordt honger gebruikt als wapen”, aldus Heimovaara.
Nieuw fonds
Heimovaara kondigde in haar openingstoespraak het Gerrit Grijns Fonds aan, een fonds om voedingswetenschap te stimuleren. Het doel is om in vier jaar tijd minimaal twee miljoen euro aan donaties te verkrijgen om baanbrekende initiatieven te stimuleren. Het fonds is vernoemd naar de Wageningse hoogleraar Gerrit Grijns: mede-ontdekker van vitamine B en grondlegger van de moderne voedingswetenschap.
De voedselomgeving
Hoe complex onze voedingsuitdagingen zijn, maakte Maartje Poelman duidelijk in haar presentatie over Public Health Nutrition. Dit vakgebied combineert inzichten uit voeding, gezondheidswetenschappen en sociale wetenschappen, en bestrijkt zowel ondervoeding als obesitas. Poelman liet zien dat onze voedselomgeving een belangrijke rol speelt in gezondheid en ongelijkheid. Hoewel er in Nederland volop voedsel beschikbaar is, bestaat het aanbod in supermarkten en horeca grotendeels uit ongezonde keuzes: meer dan 80 procent van de producten draagt niet bij aan een gezond dieet. Dat heeft grote gevolgen, want juist de omgeving bepaalt vaak wat mensen eten, en niet alleen hun persoonlijke keuzes.
Een voorbeeld die ze noemde is de beperking van het zoutgehalte in brood via de Nederlandse Warenwet. Een kleine maar effectieve aanpassing, want op populatieniveau helpt het hart- en vaatziekten te voorkomen. Zulke omgevingsmaatregelen blijken volgens Poelman veel effectiever te zijn dan alleen individuele adviezen, omdat ze iedereen bereiken.
Nieuwe meettechnieken
Guido Camps toonde aan het publiek dat technologie ons voedingsonderzoek ingrijpend verandert. Traditionele methoden zoals vragenlijsten en voedingsdagboeken blijken vaak onnauwkeurig en missen de context waarin mensen echt eten. Daarom ontwikkelt Wageningen University & Research samen met OnePlanet innovatieve meetinstrumenten die voedselconsumptie in het dagelijks leven betrouwbaar registreren. Camps: “We krijgen zo ook veel data van het sociale aspect van eten, informatie die we normaal gesproken als ‘ruis’ buiten beschouwing laten.”
Een genoemd voorbeeld is de SnackBox, een slimme container die op precisie meet wanneer en hoeveel iemand eet. Een ander voorbeeld is een sensor-tray die automatisch maaltijden registreert zonder dat deelnemers iets hoeven in te vullen. Met zulke technieken ontstaat een compleet sensor-ecosysteem waarmee onderzoekers eetgedrag in de praktijk kunnen volgen, koppelen aan emoties, en zelfs digitale tweelingen van iemands snackgedrag kunnen maken.
Textuur en eetsnelheid
Ciarán Forde, de opvolger van professor Kees de Graaf, begon zijn lezing met het primaire doel van voedingsinname voor de mens: het uitbannen van voedingsdeficiënties en het optimaliseren van diëten om chronische ziekten te voorkomen. Dat vereist volgens hem voedsel dat toegankelijk, betaalbaar, acceptabel én duurzaam is. In de praktijk hangt dit af van het voedsel dat mensen daadwerkelijk kiezen, de hoeveelheid die zij ervan eten en de frequentie waarmee zij eten. “Als we die drie eigenschappen van eetpatronen begrijpen, kunnen we grote stappen maken bij het promoten van gezonde en duurzame diëten”, aldus Forde.
Vervolgens ging hij in op de rol van textuur van voedsel en het effect op energie-inname, met als voorbeeld een hard stuk stokbrood versus een zacht sneetje brood. Bij het RESTRUCTURE-project werd bij deelnemers getest of de textuur van maaltijden en de snelheid van eten konden verklaren waarom mensen meer calorieën binnenkrijgen uit zogenoemde ultrabewerkte voeding. Het bleek dat deelnemers consequent minder calorieën binnenkregen wanneer de textuur hun eetsnelheid vertraagde, zonder dat ze zich minder verzadigd of tevreden voelden.
De resultaten wijzen erop volgens Camps dat sensorische signalen zoals textuur een sleutelrol spelen bij het reguleren van portiegrootte en inname op langere termijn, en bieden nieuwe kansen om voedingsmiddelen te ontwikkelen die overeten helpen tegengaan.
Lees ook: 'Een voorkeur voor zoet lijkt voorgoed'
Nieuwe onderwijsdecaan
Rector Magnificus Carolien Kroeze bedankte nog Arnold Bregt voor zijn werk gedurende acht jaar als onderwijsdecaan. Hij droeg op 1 september het stokje over aan Dick de Ridder, die al sinds 2021 in de Board of Education zit.
Bron: WUR


